97
„Ik begrijp Horatio, dat gij mij die vraag stelt. Inderdaad, het kon u niet bewust worden, omdat gij product eener dimensie, niet boven die dimensie uit kunt komen om haar te toetsen."
„Gij herinnert mij Eumenia aan Archimedes, die zoo hij een vast punt buiten de aarde had, beloofde de aarde uit haar voegen te kunnen tillen."
„Of wij ooit een vast punt zullen kennen, behalve Het Vaste Punt kan ik u niet zeggen, Horatio."
„En voor wie dat Vaste Punt wankelt!"'
„Wie in zich de wankeling heeft, hoe kan hij hopen buiten zich een vast punt te vinden!* Doch nu, geliefde, slaap.... Gij zult mij ontwakend nevens u vinden."
Het was professor Leyden of hij opnieuw genarcotiseerd werd. De hand, welke Eumenia boven zijn etherisch hoofd hield, loste het op als damp, als damp van damp en het laatste wat professor Leyden zich bezonnen herinnerde, was een formule welke in het ruim scheen te zweven en de gedachte, als ik terugkom, zal ik het aan de collega's zóó moeten duidelijk maken:
(Fluïde)3 = Ether X Fluïde X Odd (Dimensie)4 = D‘e x Die x Die x Die
Daarna toefde professor Leyden in het volkomen niet, indien het toeven mag heeten, waar alles ne-
8