185
by de zeester zouden de levende dieren zeker aanvangen... zonder kop, zonder oogen, zonder schelp.... Hij had ze dikwijls op het Nervische strand gezien, als jongen ze wel ’s morgens gezocht na den vloed, als ze nog leefden en de vijf punten bewogen. Ze hadden ze in de zon gedroogd, hij en de andere knapen en ze aan een draad geregen en op de borst gedragen. Lag er bedoeling in den vorm van dit dier, dat bijna op een plant geleek? Een ster was de
aanvang van alle leven____O, mocht ik bevrijd worden...
De ster zou mijn zinnebeeld zijn en op mijn wapenschild zal ik haar afbeelden____
Bevrijd zijn, bevrijd zyn! Hij keerde weer uit zyn gedachtenrijk terug als uit een droom. Maar de riemen om armen en beenen, die striemden zoodra hij zich bewoog, de zwarte donkerte om zich heen, nu hij de oogen weder opende, herinnerde hem smartelijk aan zijn vreeselijken toestand van de stonde.
Weer hoorde hij buiten het brieschen van zijn paard en het scheen of het dichtbij met den voorhoef in den grond
groef. Sogol bleef ingespannen luisteren____ O, als zyn
paard werkelijk zooveel verstand had om een gat te graven en zijn meester licht en lucht toe te voeren.. Zou in dien grooten kop, achter die goedige, bruine oogen zooveel besef huizen ? Wellicht.. waarom niet?. Hoe reusachtig was de afstand niet tusschen de zeester en zijn paard.. beiden toch dieren. Hoeveel malen moest de levensziel zich niet door sterven en wederopstand verreinen om den afstand af te leggen tusschen de hulpelooze zeester en het al zoo redelijke paard____
En het bleef graven----Hij hoorde het telkens brieschen
en dan weer woelde de hoef in den grond. Het geluid van ’t woelen kwam van rechts en klonk alsof een dor blad, door den wind opgejaagd, langs een drogen grond schoof.
Als hy ’t eens riep----Maar zijn stem zou zijn bewakers
kunnen wekken .... Neen, zwygen moest hy .... een instinct zeide hem, dat hij zwygen moest.