175
Toen kwam een edelvrouw, Vote genaamd, die vroeger tot de krijgsmaagden van koning Kundric behoord had, naar den Baad der Hertogen en bood zichzelve aan om een leeftocht-wagen te sturen, of een nood-paard gereed te houden.
De hertogen beraadslaagden en zij kwamen op het denkbeeld de edelvrouwen allen op te roepen om hen te helpen in den strijd tegen het grauw onder aanvoering van koning Solbert. De edelvrouwen nu, allen verbitterd op koning Solbert, die haar van heur dienstmaagden had , beroofd, zoodat zij met hare dochters moesten arbeiden als slavinnen, waren blijde, hun mans te kunnen bestaan. Ook waren zij in heur hart den nieuwen koning, die met een heilige vrouw naderde toegedaan, wel beseffend, dat zy weder tot aanzien zouden geraken. De strijdmaagden, waarvan er nu velen getrouwd waren, begonnen zich weder in ’t paardrijden te oefenen en leerden ook de andere vrouwen het rijden en stryden te paard. Zoo dan was in korten tyd het leger van de edelen, dank zy het aanbod van vrouwe Vote, ruim verdriedubbeld en de edelen hadden nu wagenvoerders en noodpaarden.
Maar hoewel het reeds was gaan vriezen, nog altijd kwamen Sogol en Harimona niet.
De edelen begonnen ongerust te worden en enkele van de vroegere strijdmaagden zeiden te vreezen, dat Sogol en de heilige vrouw door de andere strijdmaagden van Kundric, die nog in het woud waren gebleven, misschien waren overrompeld en gedood of gevangen gehouden.
Deze veronderstelling vond veel geloof toen Scandische zeelieden, teruggekomen van een reis naar het verre land en naar het land der Nerviërs getrokken om daar den winter door te brengen, daar de tocht naar het verre Scandia in den winter niet te volvoeren was en hun skigge na de groote reis te wrak waren om de winterstormen te kunnen doorstaan, verklaarden in het woud door niksen te zijn