174
koning altoos trachten te beperken en hem hun wil op willen dringen, maar trouw waren ze geweest en nooit zouden zij beproefd hebben het koningschap aan te randen.
De hertogen echter, die door boodschappers bericht ontvingen, dat koning Solbert een onderhoud met hen verlangden, vermoedden een krijgslist en lieten antwoorden, dat zij geen koning Solbert kenden maar alleen een koning Sogol, die eiken dag verwacht werd en bij zijn aankomst door het Ding zou worden tot koning uitgeroepen.
Solbert nu, ziende dat hij door de edelen voor goed verstooten was en op de vrijgelatenen geen invloed kon uitoefenen, peinsde er over zijn rijk te verlaten en ver, in ’t land der Galliërs, zich terug te trekken om daar vergeten te gaan leven. Maar hij dacht aan Harimona en zijn verlangen om de schoone, heilige vrouw te zien was zoo sterk, dat hij niet besluiten kon weg te trekken. Zoo leefden hij dan in dagen vol onrust, hoofd van een bende vrijgelatenen, die elk oogenblik tot muiterij geneigd, hem alleen nog slechts tijdelijk een schijn van macht toestonden, omdat zij hem nog noodig hadden als aanvoerder in den aanstaanden strijd tegen de edelen. Maar zijn hart was al aan de zijde van degenen, die hij beoorlogen moest en hij zinde er op, de vrijgelatenen een smadelijken nederlaag te doen lijden, opdat zij opnieuw tot hoorigen zouden gemaakt worden, zoo zich wrekende wegens hun ondankbaarheid, ontrouw en verwatenheid.
De hertogen onderwijl hadden zich gereed gemaakt voor den grooten slag. Zij hadden de aanvoerders der afdeelingen benoemd, rustingen en slagzwaarden in gereedheid gezet en de paarden geoefend.
Doch het aantal der edelen was gering tegenover dat der vrijgelatenen en zij hadden zelfs geen dienstknechten, die de leeftocht-wagens zouden sturen en de nood-paarden gereed houden voor de strijders, wien ’t paard onder het lichaam Werd gedood.