154
En zjjn angstkreten, door de echo’s herhaald, klonken hol en vertienvoudigd. Het scheen of niet één mensch daar in het donker tegen den dood worstelde maar alsof tien, twintig lieden uit de zwarte kolk om hulp schreiden.
Haun stond bevend bij Sogol.
„Wilt di hem redden, meester?”
„Neen.., laat hem verdrinken... hij heeft zyn straf welverdiend...”
Maar de man in 't water liet niet af.
„Heer, heer!” schreeuwde hij, „ik ben een priester uit Renigo... Heer, om der wille van de heilige maagd, red mi... Heer, in naam van Harimona..."
„Licht mi bij, jongen!” zei Sogol nu tot Haun. „In haar naam zal niet. vergeefs erbarming worden ingeroepen."
Hy daalde voorzichtig langs het plateau af, stak een kienhout aan en verlichte het donkere watervlak. De priester lag al midden in 't water. „Kom... du hebt Harimona aangeroepen... Du zult gered worden!" riep Sogol.
„Ik kan niet meer heer... ik kan niet meer!”
Sogol sprong hem niet na. Want bij ’t licht van de toortsen zag hij dat het water zwart en drabbig was, een donkere poel, die naar bedorven eieren rook.
Maar dichtbij kwam de naakte man weer boven. Sogol greep hem vast en trok hem tegen de kant op. Hij merkte dat het hellende plateau plotseling stijl eindigde, alsof een afgrond met drabbig water was gevuld. Maar de man gaf geen teekenen van leven meer eu neus en mond waren met een dik, taai slijk gevuld. Sogol tilde het lichaam op en door Haun voorgelicht, vonden zij de twee toegangs-grotten en kwamen eindelijk weder buiten in de frissche lucht.
Harimona wachtte met bleek gelaat en bevende lippen en toen zjj Sogol zag terugkomen met het lichaam van den naakten man op zjjn armen, snelde zij op hem toe.