69
gevecht om der wille van ’t gevecht alleen. Het zwaard moest hoogere zaken dienen dan zichzelf, meende hij. Maar heur eerbied voor hem nam toe, toen zij zjjn geestelijken moed leerde kennen. Zij wist hoe ook de dapperste mannen vreesden, wanneer in de toppen der hoornen geheimzinnige geluiden klonken of wanneer eekhoorns dwars over den weg liepen, katuilen schreeuwden, dwaallichten glansten. Maar hij vermaakte zich er mede, de katuilen nè, te schreeuwen, joeg eekhoorns opzettelijk op, opdat ze dwars voor Harimonas paard zouden wegsnellen. Wanneer zij ’s avonds de paarden hadden gekluisterd en de pelzen hadden neergespreid, waarin zij sliepen en zij hoorden in de toppen der hoornen onbekende geluiden, dan stond Sogol weer op, maakte vuur, stak een dorre tak aan en riep Haunop, om hem te helpen. En hij klom in den boom, tot bovèn in den top en was niet tevreden voor hij Harimona den oorzaak van ’t geluid kon verklaren, beneden komend met een dikke, gebroken tak, die tegen den stam had geklapperd of met een grooten, dooden vogel, die met een poot in ’t loover verward geraakt, in doodsangst met de vleugels had geklepperd. En dan lachtte Sogol met een vreemden, schrillen lach en vloekte op de asen en de elfen en de nikkers en de kobolden, ze uitdagend hem hier te komen bestrijden.
„Dat zijn hun góden!” zeide hij dan, den tak of het doode dier trappend met drift onder den voet. „Het zijn allen vruchten van hun lafheid. Laf zijn ze — — alle Germanen bij elkaar — — sterk als stieren en met hun zwaarden elkaar bestokend zooals balgende herten elkaar met de geweien stooten. Maai- moed.... echte moed.... moed om tegen de valsche góden op te treden.... die hebben ze niet----”
Hij hij bleef staan voor haar, breed de borst gezwollen en opziende naar den sterrenhemel, met uitdaging in zjn houding, als in verwachting, dat een der groote góden