8
leven bracht, dan liepen ze te hoop de mannen en grepen de ongelukkige verleide en sloegen haar of nepen haar de borsten af, of rukten haar de tong uit den mond of staken haar de oogen uit en joegen haar op de hei, waar zij verhongerde of zij bonden haar in een eenboom en zetten het brooze vaartuig uit op den wilden stroom en zoo dreef dan de ongelukkige, verdorstend te midden van ’t water, dat zij hoorde klotsen rondom den hollen boom en welks vochtigen, zoeten geur zij inademde en welks lavende golven zij bobbelen zag in 't zonlicht. Wel vaak had Himilr&t ’s nachts de kreten gehoord van die verdorstepde gevangenen, wanneer ze langs de Skalde zeewaarts dreven, naakt vastgebonden in den hollen boom, beschenen door het maanlicht en den zeegeest smeekend haar toch met golven te overstroomen en in de diepte te trekken. Zij dan had ze tersluiks gered en ze in de haag verpleegd en ze arbeid gegeven in de weefhutten of in de sandaalsnydery.
Wat deden de mannen? Zy zochten twist met vreedzame buren, belust op strijd en avontuur. En niet zy leden, de mannen, want zoo zij gedood werden, kwamen ze in Walhalla en zoo ze gewond werden lagen ze thuis, verpleegd en verzorgd door de vrouwen en geeëerd wegens hun vechtmoed. Maar de weduwen hier en de weduwen van den vijand, bleven achter met hare kinderen en boetten den overmoed van* de vaders met levenslangen nooddruft. Waarom arbeidden de mannen niet, zooals ze dat deden in het land der Batouwers? Waarom hielpen zij niet by ’t zaaien en maaien en by het verzorgen van ’t vee? Waarom trokken ze op roof uit bij vreedzame buren, die wèl arbeidden? Omdat ze te lui waren. Omdat ze, vertrouwend op de kracht van hun spieren en de geoefendheid in ’t gevecht, liever als bronzende herten op elkaar aanvielen dan trouw te arbeiden. Omdat zij het makkelyker vonden de zwakke vrouwen te onderdrukken en zelf voor hun vertier te leven, dan dag aan dag ploeg en eg en sikkel te voeren.