143
zendt, zal in de tent den buit zien, dien hjj ook in uwe schuren heeft gemaakt.”
„Hij krijgt geen toegang tot Harimona!” riep de priester.
„Du moest hem tuchtigen laten en hem zijn roof doen afnemen!”____
„Dat zal ik!” antwoordde Maresag.
„En mi den roof dan schenken!”
De oude vrek zette een gelaat, waarop Mise duidelijk las, dat hij tot zooveel gulheid niet in staat was.
„Wat, du schenkt mi niets... ik die di zoo trouw ben... ik die di den wonderschoon heb gegeven?..."
„Kies di hier wat uit!”
Mise blikte rond en nam de kostbaarste voorwerpen in zijn hand, beschouwde ze nauwkeurig en zag hoe Maresag angstig toekeek, vreezend een kostbaar stuk te moeten wegschenken. Nadat hij den vrek zoo lang in duizend vreezen had gehouden, nam hij ten laatste een klein bikkeltje van albast.
„Du mag het behouden,” antwoordde Maresag grootmoedig, gelukkig met de bescheiden keus van den koning.
„Waarom neemt di zoo weinig?” kon hij zich toch niet weerhouden te vragen.
„Ik heb nog een wondersandaal... Hy is een deel van de groote schat Sat-Iré. Wie hem bezit kan zich troosten over alle wonden, die hem geslagen zijn door de laagheid, wreedheid, hebzucht, onrechtvaardigheid, nijd, afgunst, zelfzucht, grofheid, gevoelloosheid, achterstelling en miskenning der menschen. Wie de schat Hoe-Moor bezit heeft nog maar een deel van de groote troost, die alle goede menschen blijft, als zij veel hebben geleden van de slechte menschen. Maar wie zich de schat Sat-Iré er bij verwerft, kan zich niet alleen troosten maar hij kan zich ook wreken, door de slechten te tuchtigen met snerpende striemen en krampende steken, die tot diep in ’t hart gaan... Hoe zoude ik mij schatten kiezen, ossenhuiden-schilden, bronzen wapens,