128
waren met zege in den Strijd en overvloed en vruchtbaarheid. En op dat menschenofifer hoopten ze allen. Ze wisten-nog niet wie geofferd zou worden, een hoorige, een vrije, een jonkvrouw of een ridder, die ’t kortzwaard droeg. Enkele, die veel herinnering hadden of verhalen kenden van vaders en grootvaders, zeiden, dat vroeger, toen de voorvaderen nog onverbasterd waren, de priesteres zelve zich aan Tius had geofferd om den god tevreden te stellen en gunsten voor de menschen te verkrijgen. Er waren er ook, die weder den grooten god van teenen wilden vlechten, waarin knapen en meisjes werden gebracht, die dan met den god werden verbrand. Sommige moeders boden hun kinderen aan voor dien godgevalligen dood. Ook voor het menschen-oflfer waren er velen, die zich vrijwillig bij Maresag hadden aangemeld wèl wetend, dat Tius hen in het Walhalla onder de helden zou plaatsen.
Doch Maresag, het volk kennend en wel wetend, dat het ten laatste de zelf-opoffering van Harimona zou eischen, liet weten, dat het menschen-offer door de góden zelf zou worden aangewezen op den dag van de omvaart. En oude wijven, die in de kampen voorspellingen deden, droomen duidden, met het ei werkten, brachten uit, dat het offer een man zou zijn uit de bosschen, met lang haar en een langen baard en dat hij vergezeld zou worden van een held uit Walhalla in de gedaante van een ouden priester en van een zoon - van Nerthus, in de gedaante van een jongeling, die hemelsche muziek zou maken.
Daarom werden de toestroomende lieden met veel belangstelling begroet, door degenen, die reeds wachtten en men hoopte op de komst van de drie heiligen der drie leeftijden, den grijsaard, den man en den jongeling.
De komst van Koning Mise en zijn drie dichters had overal opzien gewekt. Wel waren zij armelijk gekleed en kwamen in een grove ezelkar aangereden, maar Mise had een kroon van eikeloof op ’t hoofd, en was de eerste