331
Wat Mars eens scheidde, moge Venus eengen,
Der volkren toekomst zij van nu, voortaan,
De vrede door begrijpen en verstaan,
Breng’ vrede, vrijheid, laai’ een vreugdevier 1
(Tot de andere gevangenen zich richtend) Gijlieden daar, zijt vrij; maakt goede sier,
Vult de bokalen, zingt een lustig lied,
En volk, vergeet dan ook den dichter niet.
Einde van het vierde en laatste bedrijf.