330
Achtste Tooneel Allen op.
UMBERTO (tot Francesco)
Mijn vader, ik heb mij al weer verzoend.
Ik vraag uw zegen voor het huwlijk, vader.
BEATA (tot haar vader)
Mijn vader, zie, dat is des hertogs zoon, Umberto...
LORENZO
'k Ken zijn naam door Bozzi reeds, Gegroet... Hij roemde u als jonge held,
En uwe schranderheid verwon zijn kracht,
Ja waarlijk, ’t uiterlijk is als uw daden,
Had God mij, arme, zulk een zoon beschoren, De toekomst van mijn land waar welverzorgd.
UMBERTO
Ik heb uw dochter lief gekregen, heer.
En smeek bij dezen u om hare hand.
BEATA
Zie, zoo brengt God u in dees stond een zoon. LORENZO
Legt kinderen hier beiden hand in hand,
En kome zoo in vree eens land bij land.
HERTOG FRANCESCO En ook ik geef mijn zegen beiden hier,