315
Hier is de acte van ötage en Daarop heeft zij getuigende verklaard,
Dat zij Beata kent als hertogin.
En dat de graaf en de gravin di Tosca, Voorname lieden zijn van ouden adel.
UMBERTO
Zij moest en kon als dienstbode niet anders, Zooals zij ook ons grof besluit moest volgen. Dat 'laas zoo droef een einde nam, Graaf Reni.
GRAAF RENI
Dus gij Heer meent ook, dat het drietal ginds, Niet hoort tot den Toscaanschen hoogen adel?
UMBERTO
’k Erken, dat ’k in den kerker heb ervaren,
Dat deze drie niet hooggeboren waren.
Graaf en gravin di Tosca hooren thuis,
Bij lazzaroni of bij aêr gespuis!
GRAAF RENI
Beata niet ?
UMBERTO
Dat meisje is bescheiden, Zij sliep of weende, dan zijn alle vrouwen, Zoowat elkaar gelijk ...
HERTOG FRANCESCO
En het sireentje?
UMBERTO
Dat is een dapper en standvastig meisje,