283
Mishaagt het hem, welnu trouw mij dan niet,
Dat is een mooie reden voor een minnaar,
Wanneer hij van zijn liefje afstand doet,
Omdat haar geest zijn vader niet bevalt,
Of wijl zijn tante haar te vroolijk vond,
Of omdat grootmama haar niet kan lijden.
De ware liefde kent alleen zichzelf,
Die liefheeft, hij verlate vader, moeder,
Wanneer hij daardoor grootren schat verwint.
Een vrouw, die hem van ganscher hart bemint.
UMBERTO
Je hebt mij lief? Beloof mij wederliefde!
SIRENETTA
Het deurtje van mijn hart staat op een kier. . . UMBERTO
En voor het deurtje staat een man te smachten. SIRENETTA
Des harten deur staat open of is dicht,
UMBERTO
Dan snel de klink van ’s harten deur gelicht...
(hij kust haar
SIRENETTA
Pas op, laat nog je kussen niet zoo klinken,
Je zoudt mijn dartelheid te gauw verdrinken!
(Zij omarmen elkaar. Scherm
Einde van het tweede bedrijf.