279
SIRENETTA
Dan top, voor mooie kleeren ben ’k te vinden,
En 'k heb genoeg van u geleerd, jonkvrouw,
Om tusschen freules niet te dom te schijnen ...
(allen af, behalve Beata)
BEATA
Zoo’n feeks, zoo’n duivelin, zoo’n valsche kat,
Wat moet ik nu aan ’t feestmaal gaan beginnen? Want aller oog is nu op ons gericht,
Zoo’n heks, zoo n mormeldier, krijg ik haar hier,
Ik krab haar beide oogen uit ’t gezicht...
Zeventiende Tooneel.
Beata, graaf en gravin, Sirenetta.
GRAVIN Dl TOSCA
Wat deert u hertogin, ik zie u grient,
Verlangt u naar uw diepbedroefden vader,
Die ginds om zijn verdwenen dochter treurt ?
GRAAF Dl TOSCA
Daar ben ik weer, nog altijd ben ’k niet zat,
’t Is met dien drank een duivelsch werk —> als ik,
In Pisa maar een enkel fleschje dronk.
Was ik al in de stemming en nu hier,
Kan ik met flesschen niet mijzelf bedriegen,
’k Blijf nuchter denken, ’k moet mij nu bedrinken,
Dat zweer ik je, keer ooit ik weer naar honk,
Dan word ik vaste klant der regenpomp.