276
Zal nog zijn adelijke afkomst konden,
En evenzoo, kleed iemand uit het plebs,
In vorstenpurper, steeds zal de proleet,
Al waar ’t ook door den plooival, zich vertoonen, Umberto nu bestrijdt dit, ’k nam als voorbeeld, Uw kamer juffrouw, Sirenetta, die Den Hertog ’t hoofd op hol probeert te brengen.
BEAT A
Ik heb het meisje al reeds streng vermaand.
GRAAF RENI
Wanneer zij heden aan het gastmaal zich,
In ’t kleed van een gravinne zou bewegen,
Zal het den hertog zeker toonen, zei ik,
Wanneer hij haar gedrag en ’t uwe ziet,
Wat ware adel is en wat geleende.
BEATA
O neen... tot zulk een spel leen ik mij niet,
Gij zoudt mij als een dienstbó willen kleeden?
GRAAF RENI
O neen, ’t is ver van ons dit spel te drijven.
Wij weten, welken eerbied wij u zijn Verschuldigd hertogin, maar zie de deern, ln het gravinne-kleed te midden van Een groepje zeer beschaafde, hoofsche juffers,
Zal door haar linksche woorden en manieren,
Ons allen, u en mij, den Hertog en Umberto zelf, een bron zijn van vermaak.