232
Zou niet eerr ieder denken, dat die man,
Een voorbeeld is van matigheid en vlijt,
Gelooft hem niet heer, 't is een kaai-slampamper.
ALFONSO
Wil je wel zwijgen, hier heer Lucio weet.
Dat ik alleen van al de arbeidslieden.
Geweigerd heb, om mee te doen met staken.
LUCIO
Dat ’s waar ...
SOPHRONA
Ja, wel is ’t waar, maar hoe ? Hij kon alleen het lanterfanten staken,
Want werken heeft hij in geen maand gedaan 1
SIRENETTA
Het is een verre reis en zeer gevaarlijk,
En ook mijn boodschap eischt veel koenen moed, Doch daar het dient om ’t vaderland te redden, Mijn heer te helpen en zijn kind te heelen,
Het bloed van d’ arme borsten ginds te sparen, Welaan, ik neem uw voorslag aan mijn heer,
En smeek u slechts als een’ge gunst om mij Niet van mijn moeder te doen scheiden, heer.
ALFONSO
Blijf ik alleen, ik zet het op een borrel,
En kom je weer, dan ben je halve wees...
SIRENETTA
En mocht het zijn, laat ook mijn vader volgen,