228
BOZZI
Wie ben je, man?
ALFONSO
Ik ben des hertogs keldermeester heer,
Zooeven ben ’k benoemd door signor Lucio,
Na afgelegde proeven van talent.
LORENZO
Een keldermeester, die zelf kelder is,
Maar al te weinig meester van zich zelf.
ALFONSO
Ik ben als nieuwe wijn, mijn eedle heer,
In ’t eerst schuim ik wel graag een beetje wild,
Maar laat dit vaatje (hij slaat op zijn buik) eerst
een beetje gisten.
Dan zal men om zoo’n keldermeester twisten. Achtste t'ooneel.
Vorigen, Lucio, Sophrona, Sirenetta.
LUCIO
Gegroet mijn Heer, gegroet graaf Leo Bozzi,
Ik heet u welkom van de verre reis.
Indien gij u een beetje wilt verfrisschen,
De tafel is daar binnen aangerecht,
En fluks draagt onze nieuwe bottelier,
Een kan aan van den oudsten rooden wijn.
(Hij reikt Alfonso een sleutel over, die daarmede verheugd een kelderingang van ’t paleis ingaat)