Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Titel
Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Jaar
1914

Overig
Verzameling van drie toneelwerken

Pagina's
340



225

Zoo’n bloedje-in-de-kouw, zoo’n femelaar,

Die noemt men niet meer rondweg, laksche lummel,

O neen, mijnheer is ziek, mijnheer is lijdend,

Mijnheer wordt planteneter en mijnheer,

Schaft af het rooken en het drinken, hij Legt toe zich op de kennis der natuur,

Prikt arme vlinders door het levend lichaam,

Zet muizen en zet vogeltjes gevangen,

Ontbladert bloemen en kwelt arme kikkers,

Misbruikt Gods lieve, min’lijke natuur,

Voor quasi wetenschappelijk gedoe,

In het geniep een laffe, lamme wreedaard,

In stee, dat ergens voor een heerenhuis,

De kwant op wacht staat om een flinke meid,

De wang te knijpen en een kus te rooven,

En zoo een kennis der natuur opdoet,

Die past aan jong en levenslustig bloed.

(Bij ’t spreken der laatste zinnen hoort men reeds zacht het tokkelen van een viool of mandoline uit de loggia. Thans hoort men een liedje zingen door Sirenetta met refrein door vader en moeder).

SIRENETTA (stem uit de loggia)

’s Avonds als het maantje draalt,

Om te schuiven,

Achter kuiven,

Van de wolken, blank en zacht,

Staat mijn minnaar op de wacht.

En hij tokt,

En hij lokt,

15

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.