102
Was 't zelfverwijt, de trouwste ziel ’k vermoordde,
’k Ontvluchtte Heer, maar niet de traliën ginds,
Doch d’onrust van mijn ziel in de gedwongen Rust van het dwangbuis en van d’eenzaamheid,
Ik zoek een rustig plekje om te sterven,
Heer, ’k smeek u, ’k heb mijzelf genoeg gestraft,
Laat mij mijn vrijheid, om mijzelf te dooden!
BANCO
Uw vrijheid geef ’k u, wachters ga van hier,
(Wachters af)
Maar niet u dooden zult gij, gij zult leven.
Begin opnieuw uw leven, en leef wijs.
SCHOPPEN TIEN
Ik dank u Prins — maar is er dan nieuw leven,
Voor een, die ’t oude aldus heeft gedood?
Nieuw leven — o, kon ik nog eenmaal leven,
Ik zou mijn goede vrouw op handen dragen,
Zelfs met geen blik haar te verdenken wagen,
Maar laas — wat men gedaan heeft blijft gedaan,
Mij blijft niets dan berouwvol dood te gaan.
JOKER
Mijn prins, wie wel doet, doet zichzelve wel,
De goede daad baart ook den dader goeds,
Mij voer een plan door ’t hoofd, zie deze man,
Zal gaarne nu hij vrij is zich bevrijden,
Van ’t boevenkleed, dat om zijn schouders hangt,
Ik raad u trek dat aan, ga naar de poort,
Waar gindsche wachters nu zijn opgesteld,
Naar moeders woord, zullen den Prins zij weren Den boef — naar ’s prinsen woord, doen zij passeerenl