178
En David de Leeuw wees op zijn voorhoofd.
«Wat is dat hier? Het Spui ook al gedempt. . .»
«Kijk eens even schuin. Dat is de zaak van Pannekó. Kom eens mee . . . Die heeft óók geluk gehad ...»
«Nee, 'k wil liever eerst naar uw dochter. Mijn toekomst hangt er van af.»
«Goed, óók waar. Hij is rijk, hij is steenrijk, Vlissingen. Maar waar denk je, dat al ’t geld naar toe gaat ? Naar de kerk. De zwartrokken loopen er in-en uit. Zijn vrouw heeft ’m zoo «mesjogge» gemaakt. Toen-ie achter zijn pottenkar liep, zijn de zwarte jongens niet bij ’m in en uit geloopen. Toen was er niks te halen. Maar ze geven er elkaar nu de kruk van de deur in de hand. Ze bouwen de kerk aan den Amstel van zijn centen. Godsdienst! Nóh! Vertel mij wat Godsdienst is . . . Oók een geldzaakkie . . . ’t zijn winkeliers met een zwarte jas an . . . Ze zeggen kruis en ze meenen munt. Alles om de centen, alles, alles. De heele wereld draait om een gouden spil. . . ze bouwen een kerk op crediet en moeten den aannemer betalen en zitten nèt zoo verlegen als wij, als wij een accèpt moeten honoreeren en hebben ’t geld niet in de la...»
Stil-wijs redeneerend, het hoofd wat terzij naar beneden, ziende neer op den kleineren, gebogen man naast zich, liep De Leeuw naast Vellekooper, rustig-gelukkig in zijn besef er gekomen te zijn, zijn zaak te hebben behouden, het noodlot te zijn ontgaan, scherp voelend zijn tegenwoordig welvaren tegenover het lot van den ongelukkige naast zich. Voor den grooten winkel van Bertels en Hirschfcld bleef hij stil staan.
«Kijk eerst ’ns hiervoor! Zie je dat huis... Dat is mijn vroegere zaak en nog drie huizen er bij getrokken. En kijk eens naar boven... Zie jè dat... Alles glas en mahoniehout... Nou ... wat zeg je?»
«Prachtig, grossartig, splendid! Dat kon in Regent-Street staan. Dat is een Robinson in ’t klein.»
«Daar zit mijn Molly, boven voor ’t raam .. . Met Everdine .. . Dag ... ik kom even bij je . . .
De Leeuw wenkte naar boven.
«Is het geen geluk, zoo bij zijn kinderen te kunnen komen?»
«Je verdient het... je hebt het aan je eigen ouders verdiend ...»