i?i
ben . . . zoo . . . neen niet meer kussen . . . laat ik hooren, dat je goed je best hebt gedaan . . . versta je mij . . . Zorg dat je van avond om één uur in ’t Metropol-Theater bent... Er is bal en 'k ga er met Bertels heen ... we zullen kreuzfideel zijn ... jij moet voor den Sekt zorgen . . . Vooruit kerel. . . wij zullen er van avond eens een lolligen avond van nemen... maar als ik hoor dat je knauserig voor Eef bent geweest, krijg je een mèp . . . >
Zij gaf hem meteen een slag in ’t gelaat. Hij lachte met zijn onderworpen grijns, trok het hoofd angstig terug, liep de deur uit om te gaan gehoorzamen.