i54
hij, als hij daarvan zeker was, Hirschfeld eens de waarheid zeggen. Dan zou hij hij naar hem toegaan en hem zoo leukweg vertellen, dat-ie al maar vast een andere betrekking had aangenomen, omdat-ie wel voorzag, dat zijn vroegere patroon te Neuenahr spoedig een houten parletot naar maat zou moeten aantrekken. Dat zou-ie hem zeggen, als Ricardi hem hielp.
Nathan Souget liep nu langs ’t Rokin door de Olieslagers-steeg naar den Heiligen Weg, flink aanstappend, rustiger in ’t vertrouwen op Ricardi’s hulp.
Maar voor den hoofdzetel der „American Company” begon opeens zijn hart weder luider te kloppen. De gordijnen voor de vensters waren neergelaten en de deur was op slot.
Hij keek tegen het huis op, peinsde, vroeg zichzelf af wat er gebeurd kon zijn. Ricardi had toch altijd Zondag tot twaalf uur zijn winkel open.
,,In elk geval maar eens bellen.»
De schel tjingtjingelde. Hij wachtte even, hoorde binnen een deur opengaan, iemand van de trap komen.
Het slot van de deur werd knarsend opengesloten en op een kiertje ging de deur open.
Nathan zag de winkeljuffrouw staan, met een bleek gezicht en behuilde oogen.
„Bent u 't mijnheer Souget? Komt u binnen.”
„Wat is er hier gebeurd?”
„Verschrikkelijk, verschrikkelijk mijnheer. Ik weet niet wat ik doen moet.”
Het meisje begon opeens te huilen in den winkel, waar 't licht gedempt was, door het neergelaten gordijn voor raam en deur.
„Maar vertelt u mij dan, wat er gebeurd is! Misschien kan ik u van dienst zijn.”
En nu, met telkens verschrikt gesnik, vertelde het meisje wat geschied was. Er was een telegram uit Aken gekomen, dat mevrouw was overleden en dat Marie ook op sterven lag. Mijnheer Ricardi was dadelijk afgereisd, haar zeggend, dat zij de zaak moest sluiten, tot hij terug kwam. Een paar uur nadat-ie weg was, was er een rijtuig voor de deur stil gestaan en een mijnheer was binnengekomen en had haar gevraagd, waar heur patroon was.