Kalverstraat

Titel
Kalverstraat

Jaar
1905

Pagina's
368



nacht-bar’s, café’s-concerts en huizen met groote nummers geweest.

„Zie je, dat is nou je Parijs, je mooie wereld-stad. Is het geen zwijnenstal in ’t groot? Nou zeggen ze wat van mij?” meende Vandervelde in den trein.

„Spreek er niet van”, antwoordde Ricardi en hij hoestte met een drooge kuch. „De heele wereld is rot. Alles draait om de centen. Heb je centen, dan ben je de man. Heb je geen centen, dan ben je in verachting. De heele wereld draait om de centen.”

„De heele wereld draait om de centen!” herhaalde Vandervelde, wereldwijs knikkend met zijn heeren-hoofd. En hij stak een havanna op en blies peinzend en ernstig den rook met zachte fluitjes weg.

Toen Ricardi thuis kwam, was er een brief uit Aken. Het ging heel slecht met Jane. De professor had weinig hoop gegeven, verwachtte een spoedig einde.

„De schuld van de maatschappij!” meende Ricardi, de schouders ophalend. „Ik kan er niets aan doen. Ik ben er ook ingeloopen. ’k Zal naar Aken gaan, d’r blinde oogen toedrukken en voor een fatsoenlijke begrafenis zorgen.”

Maar toen hij dacht aan haar blinde oogen, kwam toch een worgend gevoel van smart in zijn keel. Hij bleef peinzend in een stoel zitten, langen, langen tijd, en een traan kwam langzaam uit zijn oog parelen en droop traag langs zijn wang.

„Ik zal je gauw volgen, Jaantje. Dan hebben Daantje en Jaantje hun leventje uitgeleefd ... En wij mogen God danken, dat wij geen schepsel in de wereld achterlaten . . . De menschen moesten geen kinderen meer in de wereld zetten. Dan was 't gauw uit met die heele rotboel!”

Hij zette zijn hoed op, liep naar buiten.

Het was dreinerig weer, met buitjes fijne motregen. Hij voelde zich lusteloos, verveelde zich, wist niet wat hij zou gaan doen. Op straat ontmoette hij vroegere kennissen, die voor zich uitkeken, hem niet wilden herkennen.

„Patsers!” dacht hij. „Ze loopen je met uitgestreken smoelen voorbij. Waarom ? Wat heb ik misdreven ? Als het op hun voorhoofd stond, wat ze in r leven gedaan hebben, zouden ze zich wel anders gedragen. Dan zou ik misschien mij nog te voornaam voelen om met hen om te gaan.”

Kal verst raat. Dl. II.

9

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.