93
daarna zelfs zijn slagen, schreef alles toe aan zijn zenuwachtigheid. Hij begon haar te mishandelen, sloeg haar in ’t bijzijn van getuigen, vloekte haar uit. Hij kwam nachten niet thuis, bedronk zich, zeide haar, dat hij van haar af wilde, raadde haar aan er van door te gaan, sprak er van een lijfrente voor haar te koopen, als zij hem zijn vrijheid teruggaf.
Maar zij wilde niet van hem af, bleef hèm trouw, trachtte door grootere zachtheid en liefde hem terug te winnen. Toen had hij tot een middel zijn toevlucht genomen, dat haar tot scheiding dwong. Zaterdagavond werd de winkel geschrobd door een tweetal werksters. Eéne van haar was een weduwe, een klein, vief, mager wijfje, dat wel door bedienden van Ber-tels in een danshuis in de Pieter Jacobstraat was gezien. Hij liet haar, onder eenig voorwendsel, op een Zaterdagavond langer dan het personeel blijven, riep haar toen in het privé-kantoor en pakte haar om ’t middel. Hij schonk haar een paar glazen wijn in, begon met haar een onzedelijk gesprek te voeren.
Zijn vrouw, ongerust dat hij nog niet boven kwam, liep de trap af, keek, op de teenen staande, over de matglazen in zijn. kantoor. Zij zag de twee zitten. Hij voelde, dat zijn vrouw daar stond en liet zich zoo, opzettelijk door haar op echtbreuk betrappen.
Zij stortte het kantoortje binnen, viel woedend op het tengere vrouwtje aan. De twee krabden elkaar ’t gelaat open, beten elkaar. Hij kwam nu tusschenbeide, beschermde het werk-vrouwtje, drukte haar een goud tientje in de hand, geleidde haar de deur uit.
Toen hij terug kwam, zat zijn vrouw te snikken. Had hij haar dan werkelijk niet meer lief? Was het niet gruwelijk haar te bedriegen met zoo’n gemeen wijf.
Maar hij vloekte, pakte haar bij de haren, sleurde haar langs de trap, schold haar uit. «Donder op!» zeg ik je. «Donder mijn huis uit. Ik walg van je, ik walg van je...» En hij duwde haar de winkeldeur uit, liet haar buiten staan.
Zij bleef een uur in de koude avondstraat heen en weer loopen. Toen begaf ze zich schreiend naar haar moeder. Zij bleef daar den nacht, den volgenden dag, hopend dat hij berouw zou gevoelen, haar zou komen halen. Maar hij kwam.