76
Hotel, waren vol égards voor <Jolie-Mine,» die zij bloemen en bonbonnières zonden en trachtten contracten met Mantua af te sluiten, vroegen hem om schilderijen. Doch hun aanbiedingen werden naiëf-hooghartig van de hand geslagen.
Ze meenden, dat het geslepenheid was, verhoogden hun bod, vereenigden zich om gezamelijk de nieuwe beroemdheid te kunnen exploiteeren.
De kinderlijke eerlijkheid van Mantua, zijn krachtig zelfbewustzijn, zegevierden over hun koopmans-slimmigheidjes. Mantua was niet tot eenig contract te bewegen, bepaalde zich voor-loopig tot het verkoopen van de geexposeerde teekeningen. Hierdoor bleef het aantal kunstwerken beperkt. Menschen, die gister een teekening van Fresco voor duizend francs, gekocht hadden, kregen den volgenden dag een hooger bod van een kunstkooper, die een bestelling vaneen < Fresco» had te leveren aan een goeden klant, die nooit naar den prijs vroeg, een suikerlord, een petroleum-koning, een nabob,die ook ,,zijn Fresco” wilde hebben en die beleedigd zou zijn, wanneer voor zoo’n paar onbeduidende blauwe papiertjes meer, zijn wensch niet vervuld zou worden.
Toen de expositie veertien dagen geduurd had, was alles, alles verkocht en tegen hooge prijzen. Treesje, die zuinig en precies administreerde, die de les van de realiteit, toen het geld bijna op was, onthouden had en zich vast had voorgenomen, voortaan minder in den droom van ’t oogenblik op te gaan. telde dertig duizend francs als netto opbrengst.
Maar de vraa^ vermeerderde. Er was een onderlin^en handel in de Fresco’s ontstaan. Nu de couranten-critiek, de bedorven couranten-critiek den weg gebaand had, kwamen de ernstige critici, de echte, onomkoopbare kunstbeoordeelaars, directeuren en onderdirecteuren van musea, schrijvers in geachte revue’s, correspondenten van groote buitenlandsche bladen de Fresco’s bezien, gaven hun critieken en de één wilde al éérder dan de andere Fresco’s genie ontdekt hebben. Men gaf reproductie’s zijner vrouwenstudie’s in de tijdschriften, begon vergelijkingen te maken tusschen zijn werk en dat van de oude Duitschers en de oude Hollanders. Kunstaesthetici vingen aan diepzinnige vertoogen op te stellen over de voorloopers van Fresco, over