6i
feld medegedeeld, dat zij beiden, Lothar en zij, onder een vreemden naam naar Duitschland zouden teruggaan. Zij hadden met een Duitscher, die met zijn vrouw naar Amerika ging, geruild met papieren. Lothar had duizend mark voor de papieren gegeven. Misschien zouden zij, als ze in München gingen wonen, waar niemand hen kende, wel ongestoord kunnen leven. Als Lothar een paar jaar in Duitschland was geweest, zou hij wellicht weer terug willen komen.
Hirschfeld had het bierhuis van hun overgenomen, slaagde er in het huis van den eigenaar te huren achter de brouwerij om en begon nu in de Warmoesstraat een filiaal van zijn zaak in de Kalverstraat te vestigen. Hij richtte deze filiaal in, speciaal met het oog op de behoeften van de vrouwen uit de bordeelen, bierhuizen en café-concerts. Zooals alles wat hij ondernam, slaagde ook deze onderneming. Dure model-mantels, zijden rokken, zijden kousen, helkleurige satijnen blouses, die hij in zijn étalage in de Kalverstraat eerst als trekstukken voor kijkers had gebruikt, maar die voor den verkoop in de Kalverstraat niet courant waren, werden hier van de hand gezet als ze wat verkleurd waren met nog eenigen winst aan de vrouwen, die niet al te nauw toezagen, al blij waren in Amsterdam kleeren te kunnen koopen, die aan haar excentrieken smaak en zucht naar opzichtigheid voldeden.
De Leeuw verwonderde zich over dat geluk in zaken van Hirschfeld. Hij kon niet erkennen, dat Hirschfeld slaagde door zijn beter inzicht in den handel, begreep niet, dat 's mans hartloosheid hem een aanzienlijk voordeel gaf tegenover de winkeliers, die humaner waren.
Daar De Lecmv's zaakje zóó slecht ging, dat hij ook zelfs Nathan Souget zou moeten ontslaan, daar hij moeite had, hem zijn loon uit te betalen, had De Leeuw aan Hirschfeld gevraagd of hij Nathan niet zou kunnen gebruiken in zijn depót in de Warmoesstraat.
Hirschfeld had bedenkingen gemaakt. Hij had daar een vol tallig personeel. Nathan Souget was wèl eerlijk en trouw' maar zijn uiterlijk en zijn spraak schrikten veel menschen af.
«Daarom juist kwam ik je om een plaatsje voor hem vragen. Bertels wilde hem ook al niet hebben. Waar moet die arme