6o
Hirschfeld, «dan moet je dat maar voor achten 's morgens of na zessen 's avonds doen. Na zessen is het ’t best. Dan kan je er meteen wat bijverdienen.»
En hij knipoogde liedcrlijk-schalks. Zij was kwaad, zeide dat zij niet kon leven van de zeven gulden, die zij ’s weeks verdiende. «Dan moest zij maar oprukken. Voor haar honderd anderen. Eén advertentie en ik heb honderd aanbiedingen.»
’t Was waar. Hij kon immers elke drie maanden een nieuwe
gevangene in zijn kast zetten. Maar zij, met haar kwaal, zou
moeielijk wat anders vinden. Zoo bleef zij dan zitten, tien uur daags op haar Weener stoeltje, ziende door een kiertje van ’t gordijntje buiten in de straat, het vroolijk gewoel van de drukke Kalverstraat, lijdend aan congestie’s en verstoppingen, weerloos, afhankelijk, ongelukkig meisje, hulpeloos en zonder eenigerlei wets-bescherming tegen den galzuchtigen, overmachtigen patroon.
Hoewel hij alle dagen ’s middags bij Lothar Richter ging
eten, zag hij zijn ouden kameraad weinig. Die kwam maar
zelden in ’t restaurant, was „tiefsinnig” geworden, zooals Elly zeide, moest door haar met geweld teruggehouden worden om niet naar Duitschland te reizen.
De grootc, blonde Germaan was mager geworden en zijn blauwe oogen waren diep omwald. Hij sprak geen woord Hol-landsch meer, zat uren met een Commersbuch in de hand boven te lezen en te neuriën en was niet meer voor de zaak geschikt. Hij stond plotseling op, nam de militaire houding aan, riep zelf een rollend: «Rrrraus!» en liep dan in de Parade-schritt, zoodat de gasten beneden boven zijn stappen hoorden dreunen. Hij had op de Nieuwmarkt bij een oudroest een ijzeren kruis gekocht, droeg dat op de borst, stelde zich in postuur voor den spiegel, bekeek zich en viel dan weer neer op de sofa, zijn gelaat op de handen en begon zich jammerend verwijten te doen.
Elly had er Hirschfeld al eens over gesproken. Zij wist niet, hoe zij Lothar tot bedaren zou krijgen. Zij vreesde, dat hij krankzinnig zou worden. Hij raadde haar aan, den Duitschen keizer een verzoek om genade te zenden. Maar zij kreeg een afwijzende beschikking. Toen, ten einde raad, had zij Hirsch