46
juist met de schim van dat licht over je brons haar heen zoo langs je rug . . . Jou lichaam is voor mij een profetie . . . De Grieken hebben groote philosofen gehad, omdat zij hun lichaamsvormen niet verborgen. Het is geen toeval geweest, dat Socrates beeldhouwer was. Wie goed wil boetseeren, moet allereerst goed denken.
Alle groote beeldhouwers zijn philosofen geweest. Zij hebben de eeuwige ziel der tijden gelegd in de vergankelijke vormen van het levende lichaam. Elke ware schoonheid is een abstractie en is een symbool. Neen . . . blijf zoo staan . . . blijf zoo staan Treesjelief. . . bén je moe . . . ? Niet . . . ?»
Zachtjes trok hij met zijn krijtje haar contoeren op een nieuw, groot grijs blad papier en rustig haar vormen nateekenend en onderwijl voortsprekend:
«Het geslacht van de mannen heeft afgedaan . . . hoe méér de brute macht, de dierlijke kracht bedwongen is, hoe minder de ruwe kracht van den man, die de vorm van den oermensch was, den strijder tegen de dierlijke krachten, in tel zal komen. Het wordt nu de eeuw van de overheersching der vrouw. Wij zijn nu maar aan het allereerste begin, want nog altijd is het vuistrecht en de vuistkracht niet geheel overbodig. Maar onze machines, nu nog plompe zware dingen, zullen kleiner, makkelijker hanteerbaar en tegelijkertijd van grooter arbeidsvermogen worden. Dan wordt mannelijke lichaamskracht geheel overbodig en het zuivere, fijne intellect van de vrouw zal regeeren. Wij zullen krijgen haar rechtsbegrip, haar gevoelslogica. haar minachting van het materiëele. Want de vrouw is méér dan de man een geestelijk wezen. Het middeleeuwsch bijgeloof, dat haar van hekserij beschuldigde, een andere uiting van haar samenhang met mystische machten waaraan de Egyptenaren, de Grieken, de Germanen óók geloofd hebben, had een waarachtigen grond. En de Maria-vereering is alweer een uiting van datzelfde gevoel, dat de menschheid altijd door heeft gehad. De toekomst is aan de vrouw. En het is goed zoo, zij heeft er recht op.
Zij lijdt het meeste voor de instandhouding van de menschheid. Zij neemt het grootste aandeel in de voortzetting der geslachten. Daarom zal zij, in een verfijnder levensperiode, ook den meesten invloed, dat is: het meeste recht hebben.