39
Molly moest in een betrekking! Zij was dagen achtereen thuis woest. Zij schreide, schreeuwde haar moeder aan, schold de oude grootmoeder uit, jammerde. ,,Dat was nu haar vader met zijn grooten mond. Ondergeschikt moest zij worden, zij, de dochter van David de Leeuw. Maar zij verdraaide het. Ze ging liever de baan op. Dan had die meid van Pannekó het beter gelapt. Die had gelijk gehad. Liever met een ouwe kerel, er van door en je vrijheid, dan van ’s morgens tot 's avonds achter de toonbank staan om allerlei kakkelollen te bedienen. Wat belieft mevrouw ? Nog wat anders, mevrouw ? O ja, het staat u keurig. Neen, dat staat u nu zoo snoezig... Vergiftigen kon zij die wijven, die óók niets anders hadden gedaan, dan zich aan een man met duiten versjacherd. En die zou zij nu moeten bedienen . . .”
Doch De Leeuw, die door de omstandigheden gedwongen was voorzorgen te nemen, die voorzag, dat hij spoediger dan iemand vermoedde, ook dezen winkel zou moeten verlaten, -wat dan volgen zou, wist hij nog niet — voelde het als een groote droefenis, maar die hij, gelaten door vermoeienis, afwachtte, bleef er op aandringen, dat Molly een betrekking zou aannemen.
Er was in de Nieuwe Hoogstraat een flinke winkel in dames-confectie. De eigenaar, een handelskennis van De Leeuw, wilde gaarne vrijmetselaar worden en hij had er De Leeuw al eens over gepolst. De Leeuw had moeite voor hem gedaan, vroeg hem nu alvast een broederdienst. Zijn oudste dochter wilde in betrekking. Zij verveelde zich thuis, had te weinig om handen. Bertels had toegestemd, hij moest maar eens met zijn dochter op bezoek komen. De Leeuw was met Stijntje en Molly een bezoek gaan brengen bij Bertels. Die had hem vriendelijk ontvangen en Molly zou als ,.volontair” eens een paar weken bij hem in den winkel doorbrengen om te zien of 't haar beviel.
Reeds den eersten dag had Bertels gemerkt, dat Molly geschikt was voor zijn zaak. Zij had een mooie taille, ,,44 gelbstern” heette het in de winkeltaal en wanneer zij een mantel of een lijf aanpaste om aan de cliënte te toonen, hoe t goed viel, zat het kleedingstuk onberispelijk. De koopsters, meenende, dat het kleedingstuk ook haar zou passen, zooals het de mooi-gevormde Molly kleedde, kochten gemakkelijk. Maar na acht