18
van Rhode na of études van Kreutzer. Maar de bedienden zelf schudden verwonderd het hoofd, vroegen elkaar af, hoe iemand dat uithield, zóó dag aan dag te werken, en als zij dan een enkele maal haar zagen, als zij uitging, — zij vermeed anders den winkel, — keken zij met verwondering en eerbied naar dat fijne, tèngere figuurtje met het ontzag, dat noeste arbeid afdwingt ook aan de luien, en er was in het beantwoorden van haar groet een zekere onderdanigheid. De handelsvrienden van De Leeuw bleven ook al, uit zichzelf, op een afstand van haar, haastten zich den hoed voor 'tjonge ding af te nemen, waren verward en verlegen als zij zich een enkele maal er toe vernederde, met hen te spreken. Ricardi, die zich met Molly een brutaliteit veroorloofd had, die altoos weer, als hij die mooie, flinke, jonge vrouw zag, met zijn ziekelijk brandende oogen de hare zocht, beschouwde Everdine als een hooger wezen, dat boven zijn lusten verheven was.
Alleen Mantua Fresco had een streepje bij haar voor. Hem mocht zij lijden en Mantua, die véél gevoel en eenig verstand van muziek had, zat vroeger dikwijls beneden aan de trap te luisteren als zij speelde. Sedert Mantua echter de dochter van Vlissingen verleid had en De Leeuw, indirect door Mantua, met Vlissingen in onmin was geraakt, kwam Mantua weinig meer bij De Leeuw, werd daar niet gaarne gezien en Everdine sprak hem niet meer toe.
Zij zou weldra voor een beslissend oogenblik in haar leven staan. Bertus Polak was teruggekomen uit Engeland, waar hij in den machine-handel was geweest. Hij was hoog opgeschoten, slank, élégant, gevormd en verfijnd met iets uitlandigs over zich, dat hem interessant maakte. Zijn vader, de groote G. Polak, was gestorven en nu stond Bertus er op, Everdine te huwen. Zij hadden al drie jaren elkaar niet gezien maar gestadig hadden zij gecorrespondeerd. Soms hadden ze maanden achtereen eikaars brieven niet beantwoord, maar dan was er weer een periode van druk schrijven gevolgd. Nu zij hem terugzag, vond zij hem knap en mooi. Maar na eenige bezoeken en nadat zij samen gesproken hadden, begon zij minder van hem te houden. Hij was een ander mensch, dan de fantaisie-mensch, die zij zich uit zijn brieven gevormd had, hij hield niet van muziek, voelde