i ro
«Ik! Hoe bedoel je dat?»
Hij voelde zich opeens klein naast haar, beseffend haar vrouwelijke moed tegenover zijn man-achtige latheid.
«Wel . . . wel ... je kunt toch niet dadelijk zeggen ...»
Maar zij keek weer met haar vasten blik en krachtig naast hem stappend op ’t smalle dal-weggetje :
«Ik zal ze eenvoudig zeggen, dat ik je lief heb, dat ik mijn liefde bekend heb en dat ze mij eerder doodslaan kunnen, dan dat ik je weer alléén laat ...»