XVI.
Vampa Pyrenne stond rijzig en frisch, de blonde haren in een ragfijne, paarse sjaal, waarvan een deel tot kapje was gevormd en de einden uitwimpelden in het briesje, op de brug van het stoomschip „Koningin Wilhelmina” met den kapitein te spreken, toen Hamfoort en zijn troupe aan boord kwam.
Zij had naar Hamfoort geinformeerd. Hij was gehuwd, had drie kinderen maar in de laatste jaren, sedert het fortuin van zijn vrouw en het zijne aanzienlijk was verminderd, w'as de verhouding in zijn gezin minder harmonisch.
Zoodra zij hem aan boord zag komen, hem goed kon opnemen, nu hij niet door avondlicht, tooneel-decor en vermomming was opgesmukt, wist zij, dat deze man spoedig haar prooi zou moeten worden. Zij zag zijn, smal, lang, vrouwelijk lichaam, zijn gedoe van gefortuneerde Nederlandsche burger-manszoon; een geimiteerde Londensche gentleman, dacht zij, tegelijk een rollend alt-lachje opstootend naar den kapitein, die een grap had gemaakt op een der actrices van de troupe. Hamfoort hoorde den lach, keek naar heur op. Zij deed alsof zij over hem heen