130
maar na vijf minuten liep hij er weer uit. Alles was er bekend, men glimlachte en meed hem en hij voelde de onmogelijkheid om zich te verdedigen.
’s Middags kwamen twee heeren in het zwart bij Adrienne, deelden haar mede, dat er met haar echtgenoot een ongeluk gebeurd was. Als zij er in ongelegenheid door geraakte, zou de bank gaarne een voorschot zenden. Of zij het lijk naar huis wilde hebben of dat men het maar naar Holland zou sturen ? De bank belastte zich met alles. Het was immers ook in het belang van mevrouw zelve, dat er niet te veel schandaal om zou gemaakt worden en het voor de pers geheim bleef.
Zij weende met haar mooie blauwe oogen, zat neer als een gekortwiekt duitje, verzocht om verzending naar Gotha en zelfs de twee heeren in het zwart, die toch al veel beleefd hadden, toonden zichtbaar met de ongelukkige jonge weduwe te doen te hebben.
Toen zij den volgenden dag den brief ontving waarin haar medegedeeld werd, dat voor de verzending was gezorgd, bleef ze even op het adres kijken.
„Douairière de Clermont”, las zij langzaam, „een mooie naam, een heele mooie naam----”
Ze ging voor den spiegel staan, bekeek zich, blikte zichzelve toe met haar zachtsten oogopslag.
„Voor een jonge douairière zie ik er in 't geheel niet slecht uit en zwart heeft mij altijd geflatteerd. Douarière de Clermont.... heel mooi .... heel mooi die naam. Dat heb ik er tenminste van, en nu ... . vooruit, het leven in ... . maar dit keer een Engelsch-