ren. Je moest je lot nooit verbinden aan dat van menschen, die uit de society waren gezet en vooral niet als ze zoo arm waren als Job, wat ze al lang had gemerkt.
Dat ze zoo arm waren bleek toen zij vertrokken. Mr. Withworth, na een laatste ongelukkige coupe op de groene tafel, moest Mr. de Clermont verzoeken voor hem de huur te betalen. Hij had zijn geld niet op tijd ontvangen. Hij zou uit Cairo het kfeine bedrag aan Leonard opzenden.
Maar voor de Engelschman kon vertrekken, werd op de koffers van de Familie Withworth beslag gelegd op last van Redfern, den grooten modemaker uit Parijs.
En nu ontstond er een groote ruzie tusschen Withworth en zijn vrouw. Hij verweet haar heur geheele leven, waar Adrienne en Leonard bij stonden, die zich daarom wilden verwijderen.
Adrienne had weer het zachte glimlachje om haar lippen en den onschuldigen blik in haar oogen.
,,Dat is een andere vrouw, die man is gelukkig.” zeide Mr. Withworth op Adrienne wijzend.
,,Die kan een engelengezicht zetten .... maar zij heeft het leelijk achter de ellebogen.'’ riep Mrs. Withworth verwoed, met dreigende blikken naar Adrienne.
„Meent u mijn vrouw?” riep Leonard, bleek wordend en op haar toetredend.
„Wie anders .... zij is de oorzaak van ons ongeluk !”....
,,Ik ?”.... vroeg Adrienne, en haar blauwe oogen keken hulpeloos vragend rond.