I 20
week terug geven. Ik rij naar het telegraafkantoor en zal seinen.”
Toen hij weg was. liet zij madame Cornard roepen en vertelde haar, dat zij Lord Eaglon vandaag wilde spreken.
Ze trof hem ’s middags weer in den kleinen palmentuin bij het Persephone-beeld. Hij was zeer slecht van gezicht, stak zijn magere grijsaard-handjes dadelijk naar heur armen en boezem uit als een kind, dat een stuk speelgoed betast. Zij rilde van walging, maar liet hem begaan. Ze wandelde een eindje met hem rond, langzaam naast hem gaande, hoorde naar het schuifelen van zijn moede voeten over den grond. Hij sprak op kindsche wijze van zijn verzameling oude munten, noodigde haar uit zijn penningkabinet te komen zien, dat hij in een groote villa buiten de stad had ingericht en bij het afscheid spraken zij een uur af, waarop zij hem er kon treffen.
Zij was er op den afgesproken tijd. Het mooie, blanke landhuis in een palmenboschje verborgen, beviel haar. Een knecht als een automaat deed haar open. Liet haar door den gang in een klein zijvertrek, waar zij een poosje wachtte, met genoegen de oude Engelsche prenten aan den wand bekijkend. Zij voelde zich zelve op dit oogenblik als een dier slanke, mysterieuse, quasi onschuldige ladies van die platen. Na een poosje kwam een andere knecht en ging haar voor naar het kabinet. Het was een groot, koel lokaal, de vier wanden vol schuifladen, in den kalmen toon van bovenlicht.
Lord Eaglon trok de laden open, begon haar munten en penningen te toonen, ging naast haar op een rieten