XI.
Maar al spoedig was de royaliteit en de verspilling der ,,millionairs” bekend in de wijk van de marchandes de toilette en woekeraarsters. Ze begonnen met het dienstpersoneel tegen hooge prijzen de ,,afgelegde kleederen” op te koopen, dat nu opzettelijk de klee-deren der mevrouwen begon te bederven.
Een kamenier schuurde schoentjes van dertig francs, gisteren uit Parijs op telegrafische bestelling aangekomen, vandaag even tersluiks langs den messenslijpsteen om er een kale vlek op te krijgen. Toen Adrienne het schoentje aanhad en het eerst dan merkte, schopte ze het ver van zich af, liet haar mooi voetje met de hooge wreef in de rag-fijne zijden kous zien aan den heer en mevrouw Withworth, die smalle maar lange Engelsche voeten had en schelde de kamenier om die oude schoenen weg te doen en een ander paar te brengen.
En buiten tot Leonard.
„Heb je gezien Leolief hoe nijdig ze keek, toen ik mijn oude schoenen uit deed. Zij kan haar voeten niet toonen zie je. Lekker, voor dat leelijke roodbaai tje.”
DE GERAFFINEERDE
8