Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



HOOFDSTUK IV.

De schipper had het juist voorspeld. Herman werd wakker door het tikken van de pal van de donkey boven.

Het was weer stikkend benauwd in de kajuit, door de warmte van den stoomketel. Het weer was onstuimig geworden in de vier uren, die hij had geslapen ; het schip slingerde hevig en trilde weer nu en dan als in de eerste stormnachten.

„Kom je weer kijken?” vroeg de schipper, die het vuur in de machinekamer opstookte en die Herman’s gezicht had gezien, toen hij zijn hoofd buiten de kooi had gestoken om op de klok te zien, die achter de brandende lamp in ’t schijnlicht hing.

„Hoe is het boven ?”

„Rauw weer — en een slechte vangst.”

„Dan blijf ik maar hier liggen,” zuchtte Herman, de wollen deken opslaande en naar het voeteinde trappend.

Plotseling hoorden ze boven een schreeuw, verward rumoer van stemmen en het geschuifel van voeten, en Jan, met verschrikte stem, half huilend, riep in de kap:

„Schipper, schipper, Gerrit leit overboord ! . .”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.