huisden we naar een grotere ruimte in de Mohrenstrasse 37a, in de buurt van de Hausvogteiplatz.
In de zomer van 1934 ging ik met Heinz Mottek op vakantie, naar Wes-terland op Sylt. We deden mee aan een danstoernooi. Heinz won de tweede prijs en ik de eerste. Toen we met onze danspartners op de foto gingen en hoorden dat de foto’s in een tijdschrift geplaatst zouden worden, ging Heinz zich behoorlijk ongemakkelijk voelen.
“Mijn verloofde mag dit niet te weten komen”, zei hij. “We gaan binnenkort trouwen.”
“Dan moeten we ervoor zorgen, dat ze dat blad niet in handen krijgt.”
“Gemakkelijker gezegd dan gedaan!”
Heinz Mottek was niet de enige die in 1934 ging trouwen. Ook mijn compagnon Ernst Wallach deed dit. Zijn vrouw Lotte, geboren op 17 augustus 1912, kwam uit een koopmansfamilie uit Dortmund. Haar vader Hugo Moses was directeur-eigenaar van het warenhuis Meyer & Günther en medefirmant van de stoffengroothandel Goldmann & Co. De familie woonde in een villa in de Arndtstrasse 66.
Lotte’s jongere zus Ursel (geboren op 30 augustus 1917) verliet tegelijkertijd het ouderlijk huis en ging naar Berlijn om een opleiding tot kraamverpleegster te volgen.
Maar eerst deed ze nog een vormingsjaar huishoudkunde aan het Land-schulheim Caputh in de buurt van Potsdam.
Ernst sprak veel over Ursel, zodat ik altijd precies op de hoogte was over haar doen-en-laten. Ze was zeventien jaar en een heel leuk meisje. Lichtblond, blauwe ogen, schattig neusje, helemaal mijn type. Maar het leeftijdsverschil van zestien jaar leek me te groot.
In de zomer van 1937 raakte Ursel verloofd met Heinz Scheuer. Inmiddels waren ook haar ouders Hugo en Jenny Moses-Adler naar Berlijn verhuisd. Haar vader had na 1933 onder dwang van de nazi’s zijn bedrijven en de villa verkocht. Daarop verlieten hij en zijn vrouw Dortmund en trokken in bij hun getrouwde dochter Lotte.
Ter gelegenheid van de verloving van hun jongste dochter gaf de familie een receptie. Ik ging er heen.
Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. Ze was nu twintig jaar, een heel knappe volwassen jonge vrouw. Was zij niet toch degene waarnaar ik al zo lang op zoek was? Met elke seconde betreurde ik meer, dat ik niet haar verloofde was.