1 december 1944 vrijdag
We hebben vanmorgen een zeer grote wandeling gemaakt. Eerst naar de Elandsgracht, toen naar de Westermarkt, toen naar de Heerengracht en Leidsegracht naar Oma. Daar kregen we gelukkig een kop thee en een appel en toen naar de Amstel no.i, naar het hoofdbureau van de distributie. Het was tamelijk goed weer, een beetje winderig, maar overigens ging het wel. Het wandelen doet Greet goed, ze is dan niet zo nerveus. Op onze terugweg hebben we overal gekeken of we ook iets eetbaars konden krijgen. We hadden honger. In de Utrechtsestraat was een winkel voor een kop soep, f. 0.30, maar het was er zo vol dat we door moesten lopen. Toen kwamen we op een brug en daar stond een kar met koek, een heel klein stukje viezigheid f. 0.85 of f. 0.60. Niet gekocht. Toen zagen we op de brug van de Ferdinand Bolstraat een pindachinees. Hij had stroopbrokjes, f. 0.25 per stuk. We hebben er drie gekocht en we sabbelden maar. Het speeksel liep langs mijn mondje en op mijn cape. Greet heeft het gauw met haar zakdoek weg geveegd. Ik heb vanmiddag anderhalf uur gehuild. Ik werd huilend wakker, wellicht had ik gedroomd. We of liever Cor heeft een soort boter gemaakt van olie met een papje. Het gaat wel, met suiker.
2 december 2944 zaterdag
Het is haast St. Nicolaas en we hebben niets op de snoepbon kunnen krijgen, dus snoepen wordt het niet. Maar dat is het ergste niet. De kinderen van King zijn ziek en kunnen nog niet eens een glaasje melk krijgen. Wij hebben vandaag anderhalve liter melk gekregen, meer is er niet. Ik heb vandaag even voor Tante Gonnie gedanst, die is bezig om een schattig jurkje voor mij te maken. Greet zal als het mooi weer is een foto van mij maken. Ik ben weer heel erg geschrokken vandaag, want ik ben zo bang voor auto’s en toen riep ik: Kokkie toth, auto bom, bom. Kokkie roepen en Greet moest eerst Kokkie roepen en toen wilde ik met Kokkie mee, maar Kokkie ging naar de kelder en daar was ik bang. Toen bracht Cor me weer naar boven en heeft een houten luik voor ons raam gemaakt. Dat is niet zo donker. Ik heb in ieder geval lekker gegeten, al was het ook niet erg voedzaam, want we kunnen niet aan boter komen. De landwacht doet hier niets dan schreeuwen. Je wordt er nerveus van.
De Duitsers zijn Dordrecht aan het ontruimen zegt men. God geeft het. We gaan vanmiddag boodschappen doen. Het is nu half drie, om kwart voor drie moet ik opstaan. Misschien krijgen we boter.
3 december 1944 zondag
Gistermiddag tegen vijf uur kwam Tante Thea ons nog inenten tegen tyfus. Dat heerst ontzettend op het ogenblik; we hebben dus alledrie een prik gehad. Greet
246