hier flink geschoten op het moment. Ik ga direct naar mijn bedje en Cor en Greet gaan ook vroeg, zij verwachten actie vannacht en willen nog iets slapen. Ik heb zelfstandig kussen geleerd en ben een kleine dot.
6 september 1944 woensdag
We zijn een beetje ontmoedigd. Er blijkt van alles niets waar te zijn. Ze zijn nog niet eens op Nederlands grondgebied. Er waren zelfs mensen die de kant van Amstelveen op waren gegaan met bloemen, de geallieerden tegemoet. Sommigen hadden hun fiets gepakt en waren al naar Haarlem gefietst. Alles bleek onjuist te zijn. We zijn netjes allemaal om acht uur van de straat verdwenen en dan verschijnt de landwacht. Gisteravond zijn er een paar jongelui doodgeschoten.
7 september 1944 donderdag
Het heeft vandaag flink geregend. Verder op de dag kwam er een orkaan opzetten. Naar wij hoorden zijn er diverse bomen geveld. Het giert door het huis. Het is eigenaardig zulk guur weer als het is. Ik was vandaag zeer in mijn knollentuin, want Cor en Greet zijn niet weg geweest.
Er is verder nog geen nieuws. Ze zijn in Antwerpen en we veronderstellen dat ze gauw aan Nederland toe zijn. Het is kwart over acht en we gaan allemaal naar bed.
8 september 1944 vrijdag
Cor brengt mij net naar bed. Vanmiddag ben ik uit geweest met Joke. Het regende dat het goot toen wij terug zouden gaan. Ook was er onweer, het was werkelijk een beetje angstig. Ik was aanvankelijk met mijn blote hoofdje. Ik had wel mijn cape om, toen heb ik het verpleegstershoedje van Mimi op gekregen. Dat stond me zo grappig, en in ieder geval had ik geen nat hoofdje. Ik heb mijn laatste vier hoektandjes gekregen. Ze staan op het punt van door breken. Ik vind alles wat ik
hebben wil , moy. Zo sjouw ik met lucifers en zeg dan moy, of met Cor haar
sigarettenvloeitjes of met haar tabaksdoos. Ik kan ook lekker plagen, dan kom ik overal aan en als Greet of Cor me dat verbiedt, dan kijk ik zo ondeugend, en dan moet ik wel eens in de hoek en als ik dan echt zucht dan mag ik er uit.
Ik ben trots op mijn hoge stoel, die hebben we van onze bovenburen in bruikleen. Ik zit daar op als een koningin. Vanmiddag heb ik drie sneetjes brood, wat gebakken aardappelen en drie tomaten opgegeten plus twee plakjes worst. Er is hier niets meer te krijgen, geen vlees, geen boter, geen eieren, geen aardappelen. Er zijn geen mensen om ze te rooien. Als ze in beslag genomen worden dan worden de treinen beschoten en zijn er heel wat slachtoffers. Er zijn geen transport- of vervoermiddelen meer, alles wordt gevorderd. De grote steden staan er slecht
207