Wij hebben iedere dag een paar keer luchtalarm. Soms duurt zo’n luchtalarm twee uur en dat met die koude, dat valt niet mee. Duitsland wordt dag en nacht met grote formaties bommenwerpers gebombardeerd. Soesterberg is gebombardeerd, waarbij ook weer burgerslachtoffers zijn gevallen. Gilze Rijen is weer gebombardeerd en ook Schiphol. Ook is er in Gouda weer een trein gebombardeerd. De Franse kust is helemaal plat gebombardeerd en het spoorwegverkeer met Parijs is verbroken. Overal wordt gebombardeerd. In Soesterberg is een munitiedepot de lucht in gevlogen. Het gaf een geweldige druk. Het licht ging hier bij ons zelfs uit. In Rusland zijn ze een nieuw groot offensief begonnen en men schrijft in de krant dat het zeer precair (hachelijk) is. Finland is nog niet ingegaan op de voorstellen van Rusland. Zweden treedt als intermediair op; men verwacht de capitulatie van Finland. We hebben vandaag ook weer twee keer luchtalarm gehad en wij verwachten dat er spoedig iets gaat gebeuren. Alles wijst er tenminste op.
Er staat momenteel een geweldige storm en het heeft pas flink gehageld. Ik slaap nog lekker en het is bijna zes uur. Er is voor mij zelfs geen flesje tomatensap te krijgen. Het is voor zieke mensen een wanhoop. Er is geen groente, niets te krijgen, alleen witte kool of koolraap. Vandaag zitten heel veel mensen zonder boter en hebben de melkboeren alleen daar melk gebracht waar kleine kinderen zijn. Deze oorlog drukt als een vloek op alle naties. Wij hopen dat de zaken zeer vlug mogen keren.
12 maart 1944 zondag
Ik lig heerlijk in mijn bedje en slaap. We zijn vanmorgen alledrie opgestaan, toen hebben we gegeten. Een lekker gekookt eitje en anderhalf sneetje wittebrood heb ik gegeten. Toen ik mijn ene sneetje op had zei ik: die, die en wees daarbij naar het brood dat op tafel lag. Greet heeft me toen een sneetje afgesneden en het smaakte heerlijk. Ik zie er nog wel een beetje ziekjes uit, mijn oogjes staan wat mat. Overigens heb ik al weer in mijn wagen zitten dansen, toen ik muziek hoorde. Oom Kees is ook geweest. Hij bracht een pakje toast mee. Ik zei dadelijk: die, die en moest een toastje hebben. Het smaakte me uitstekend, al was het ook wat droog. Toen ik een kopje melk had gedronken was dokter Sajet hier net. Greet dacht dat mijn neusje wat dik was, maar Tante Thea zei dat er niets aan de hand was. Toen zei Greet: wil je naar bed en ik stak mijn armpjes uit. Zo lig ik dus al die tijd al in Morpheus’ armen. Cor had me heerlijk gebadderd. Greet voelde zich daar nog te slap voor. Nu is Cor aan het spinazie wassen, daar hebben we toch zo’n trek in. Greet hoopt dat ik er ook flink van zal eten. Het regent en het is erg saai langs de straat. Haast niemand te zien.
146