mocht even een luchtje scheppen. Wat die voor verhalen uit Vught vertelt, dat steekt niet zo nauw. Dat vertel ik nog wel eens. Ik heb weer tot zes uur geslapen en ben een kleine smulpaap. Lopen doe ik nog niet zelfstandig, wel, als de muziek gaat, dansen en ik zing ook mee. Ze kunnen me allemaal wel opeten.
28februari 1944 maandag
Ik heb niet zoveel eetlust de laatste dagen en mijn brood smijt ik over de grond. Greet kookt dan wel eens een bordje pap, maar de dokter zegt dat Greet er niet aan toe moet geven. Mijn achtste tandje zet ook niet erg door en daar heb ik veel last van. Ik begin me al helemaal alleen op te richten. Ja, het kost wel veel moeite en ik steek dikwijls mijn handen uit dat ze moeten helpen. Ze laten me maar tobben en uiteindelijk komt het dan ook. Ik kan een schattig snoetje trekken. Dat doen ze me dan eerst voor. Mijn neusje optrekken en dan alle twee mijn oogjes dicht. Dan ben ik om te stelen.
Veel vorderingen met de oorlog maken we nog niet. De Russen rukken getrouw op en de Engelsen en Duitsers vechten hard in Italië. Er stond een foto in de krant van Nijmegen. Vijf honderd lijkkisten stonden er naast elkaar. De familieleden mochten geen beslag leggen op de lijken, maar moesten wachten tot de volgende dag. Er zijn 1500 doden en in de krant stonden er maar 500. Men veronderstelde dat men hiermee een bedoeling heeft gehad. Dokter hier kreeg een brief van haar zuster uit Arnhem. Daar zijn de tinfabriek en de rubberfabriek getroffen, alsmede het ketelhuis van de gasfabriek. Arnhem zit waarschijnlijk tot na de oorlog zonder gas. De mensen daar mogen cokes laten halen om te koken, maar moeten zich anders vervoegen naar een Centrale keuken.
29 februari 1944 dinsdag
Schrikkeljaar zegt Cor. We mogen een man vragen, maar het is zo koud, dat niemand erop uit wenst te gaan. Het sneeuwt, het hagelt en het waait. Het is ontzettend koud en de mensen zitten zonder brandstof. Er zat een oud vrouwtje van 82 jaar in de tram met twee zakjes kolen, want er is inderdaad een kolenbon aangewezen, maar er komt maar één mud. Geen enkele kolenhandelaar heeft zin dit thuis te bezorgen. Dikwijls ontbreken hen ook de vervoermiddelen, maar men gelooft het tegenwoordig wel. Ook is er weer geen groente te krijgen en geen boter. De dokter begint aardig op te knappen en gaat donderdag naar huis.
1 maart 1944 woensdag
Maart roert zijn staart. Het sneeuwt en het is koud. Ik ben even met Joke boodschappen wezen doen. Lekker dik ingepakt op een ogenblik dat het niet sneeuwde. Ik kwam met hoogrode wangen thuis en toen kwam er weer luchtalarm.
144