2yjanuari 1944 dinsdag
Onze gevangenen waren er weer en het lijkt hier een ware vesting te worden. Ik mag heel graag stap, stap doen en dan wil ik niet in mijn box. Ik begin woordjes uit te spreken, dat wil zeggen ik probeer de geluidjes na te maken. Dan steek ik al zo heerlijk mijn handjes uit als ik gepakt wil worden. Mijn haartjes beginnen ook wat te krullen. En ik heb schattige blauwe oogjes. Een beetje ondeugend.
Jantje van Tante Tonnie is vandaag geweest en hij was een hele baas tegen mij. Daar schrok ik zo van dat ik hard begon te huilen. Iedere keer als hij lachte of schreeuwde begon ik te huilen en snikken dat ik deed. Greet pakte me gauw op en heeft me op haar schoot genomen. Toen Jantje weg was kwam ik pas tot rust.
26januari 1944 woensdag
We zijn heerlijk uit geweest vanmiddag. Ruim twee uur en toen we thuis kwamen heb ik gegeten en was zo slaperig dat Cor en Greet me meteen naar bed hebben gebracht.
Onze gevangenen zijn er ook weer vandaag. We hebben drie keer luchtalarm gehad. Dan moesten ze (gevangenen) iedere keer naar binnen in de Chr. hbs, waar de groene zit.
27 januari 1944 donderdag
Onze gevangenen waren er weer vandaag en Greet ging met me voor het raam staan en zei: zeg maar, dag mannen. Toen kwam er een groene politieagent aan en die begon tegen mij te lachen. Dat was de bedoeling niet en we sloten de gordijnen en ik ging in mijn box. Ik heb vandaag in mijn hobbelpaard gezeten en ik kan nu al heel goed hobbelen. Ik was wat lastig vanavond en Cor heeft me vroeg naar bed gebracht.
28 januari 1944 vrijdag
We hebben drie keer luchtalarm gehad. Eén luchtalarm van bijna een uur. Zo iets is hopeloos, alles is hier dan ook ontwricht.
Greet is even weg geweest voor vis, maar er was niets te krijgen.
Het was regenachtig weer. Greet ging een steel voor onze bijl kopen. Er was in diezelfde winkel een heer, die vroeg of er ook nog een Lips slot te krijgen was. Tja zei de winkelier, wat zal ik u zeggen. Zegt u maar wat het kost zei de heer. Tja, zei de winkelier weer, kijk eens meneer, dat is nogal moeilijk. Als u een vooroorlogs slot wilt hebben, dan betaalt u mij twee pond boter. Houdt u van roken? De meneer weer, Ja, als het maar goed spul is dan ben ik daar wel voor te vinden. Meneer zou s middags terug komen. Zo handelt men tegenwoordig. De eitjes
133