peertjes bij zich, en daar heb ik ook twee van gekregen. Ik vond ze heerlijk. Ik heb voor Oom Antoon weer moeten lopen en Tante Annie heeft mijn haartjes opgekamd.
ij januari 1944 maandag
Een vreselijke dikke mist en motregen. Het is ook waterkoud, misschien komt er wat sneeuw. Beter is het van niet, want de meeste mensen hebben geen behoorlijk schoeisel meer. Je ziet zelfs jongens van de hbs op klompen lopen. Ons buurmeisje heeft ook klompen aan, en dat is toch een dochtertje van een ingenieur. Je ziet grote mannen zonder sokken in afgesleten schoenen, kinderen met lange, kapotte jassen en toch zo op het oog gaat alles nog, maar men kan zien dat Holland in en in verarmd is.
Greet en Cor hebben wat met me gespeeld en om half acht lag ik in mijn bedje.
18 januari 1944 dinsdag
Vanmorgen werden we verrast. Voor onze deur is een open vlakte waar de jongens altijd voetballen. Nu waren er echter strafgevangenen in een bruin pakje. Zij moesten loopgraven maken. Op iedere hoek stond een groene politieagent met het geweer op zijn schouder en er liep er ook één bij met een Spaans rietje. Gelukkig hebben wij niet gezien dat hij het heeft gebruikt, s Middags kregen zij blikken met eten. Dat werd in een klein autootje gebracht. Om half vijf gingen zij weer op transport. De loopgraven waren uit gegraven.
Tante Hennie en Oma zijn ook geweest. Tante Hennie nam mij dadelijk op schoot, maar Greet wilde niet dat ik steeds in handen was.
19 januari 1944 woensdag
Het waait en het giet en het is geen weer om ons op straat te vertonen. Greet en Cor zijn in de kelder aan het ruimen. Daar kruipen we eventueel in wanneer er iets mocht gebeuren, hetzij met een bombardement of anderszins.
20 januari 1944 donderdag
Vandaag weer slecht weer. Ik begin al alles te verstaan en ik heb nu zes tandjes. Dokter is vanmorgen geweest, want ik had weer een bloeduitstortinkje in mijn oog. Ik heb oogdruppels gekregen. Haar (dokter) schouder is nog steeds ontstoken en zij kan geen japon dragen.
Berlijn is weer vreselijk gebombardeerd. De Russen trekken nog steeds op, het ziet er angstig uit.
131