Eigendommetjes. 79
„’n Glas wijn met spuitwater dan?” —, glimlachte tante, denkend aan de kleine zeldzame badplaats-genoegentjes èn aan den kruidenier van nommer 247 die alles in huis had, wijn, limonades, bier, engelsche kaakjes.... Piet kon ’t gauw genoeg halen.
„Heusch niet, mevrouw,” weigerde meneer, die met Thijs-Maris-en-Jan-Toorop-oogen de oleographietjes aan de wand bekeek en goedkeurend knikte.
„’t Is ’n hééle beslommering zoo’n schoonmaak,” visite-praatte mevrouw Van Borkum, Jt schoorsteengarnituur met aimabele judaskoontjes taxeerend.
„O vreeselijk, mevrouw,” zei tante, pogend’r gedach-tetjes vast te houden die als ’n opgejaagde musschen-zwerm heenjoelden.
Want de boventrap kraakte en ’n vinger beklopte de achterdeur.
„Pietje! Pietjèèèèè!,” klonk ’n stem.
„Heeft u nog kinderen in huis,” vroeg de visitedame.
„Nee, nee,” repliceerde tante, bereid ’n verwarde stamelzin voort te brengen om de aandacht af te leiden.
Ze stokte.
De voetstapjes schuifelden op de deur toe. ’n Vinger tikte — de deur werd brutaal geopend en Marietje, ’t vrijpostig nest van twee-hoog, keek stupiede ’t gezelschap an.
Toen ’r afgezakte kous verlegen ophalend, zei ze in één drens door, om ’r bij zooveel oogen-kijken gauw van af te zijn: