IIO BEWOGEN WITTEBROODSWEKEN.
den blauwen hemel — nee, vrienden er volgt geen wstemmingsslot, Als ik den sterk-stij genden weg achter mij heb en omkijk, ligt het kleine plaatsje in een geul van donzig groen. Het is een mooi, rustgevend gezicht, de groene strooken, de wit-spitsende kerktoren, de roode daakjes, de kraak-witte pleistermuurtjes.
Koebeesten, zwart-en-wit, grazen klapstaartend in de groene, mollige vlakte, spreeuwen vladderen tsilpend. Ja, vrienden, 9t is een wonderlijk iets, als je zoo’n stedeke ziet, zoo’n net Hollandsch stedeke en er weet twee menschen in wittebroodsweken met de benauwende zorg over acht honderd vier en zestig doosjes beestenpoeder. De menschen doen raar met elkander.