138 VAN DROOG GENOT....
Dat kan niet — schreeuwde ik door de deur.
Toen ging m’n vrouw kijken. In de keuken liep-ie wèl. Dan was de douche verstopt öf ’r was niet genoeg druk. Ze had gelijk. Uit kraan B liep ’n dun, aarzelend straaltje, soms in druppels verglijdend, soms mede verdwijnend.
En terwijl de douche haar klarinet-geluiden gaf, begrepen we dat er geen druk was.
WelEdelachtbare en Edelachtbaren dezer gemeente-aan-zee, thans wederom sprekend tot U, gelijk welvoegelijk is, en nadere uiteenzettingen coupeerend, na m’n handen zoo goed en zoo kwaad als ’t ging in de badkamer gewasschen te hebben en na geduldig wachten op een glas water voor de tanden — het zal U Edelachtbaren toch wel geen excesse gelijken dat men ook daarvoor water gebruikt — na mij verder gekleed te hebben zonder douche-verkwikking, ben ’k aan ’t opmeten gegaan. De gelijkvloersche verdieping is drie meter hoog, de koper-vlammende douche, op de éénhoogsche badkamer staat anderhalve meter van den grond. Dat is welgeteld een hoogte van vier en halve meter van de begane aardoppervlakte. Vergissingen mijnerzijds kunnen niet plaats hebben, daar ’k met ’n touw gemeten heb en dat touw zoowel door timmerman als metselaar dezer gemeente-aan-zee op vier en halve meter getaxeerd is. De hoogte van kraan B was drie en halve meter van de begane aardoppervlakte. Daarna, Edelachtbaren, nog met het bewijs in handen, heb ik mij gewend zoowel tot de ofiftciëele autoriteiten (de politie) als tot de niét officiëele, maar voortreffelijk in deze zaken onderlegde (den barbier van ’t dorp) en beide bronnen verzekerden stellig dat met den Maandag zooveel water in de plaats voor ’t wasschen gebruikt werd, dat er drie-meter-hoog geen druk kon zijn. „Maandag is ’t