te keeren Reken is an, ’n vader en ’n moeder
te onderhouen.... èn me vrouw... èn zes kinderen .... èn nou vandaag als God ’t wil de zevende .... Da’s om de haren uit je hoofd te trekken !.... ’n Huishouen van vier groote menschen en zéven kinderen!.... Je krabbelt zoo hard achteruit als ’r dagen in 91 jaar zijn!”
„Heb jij al zès kinderen en ’t zèvend op de komst!”
zei de regisseur verwonderd „Da’s goed voor
rijkelui” — en er was werkelijk even een meelijdend zwijgen. Maar Bombag, ongetrouwd, vond het geval zoo schrikkelijk niet.
„Nou Piet, als ’t anders niet is!”
„Weet jij veel wat je zegt!” snauwde Piet, driftig in-eens: „Al die kinderen is ’n straf! Wacht maar is tot je getrouwd ben .... En allemaal meissies!.... Da’s nog ’t ergste!. ... Niet een jongen !... . En
nou zit ik op heete kolen om te weten hoe ’t afloopt ”
„Krijg je bericht?” — vroeg Boontje, de kaarten schuddend.
„Van avond of morgen of morgen-middag ’n telegram.... ’t Wil wat zeggen.... En werk je daar dood voor!.. .. ’t Is om te huilen, om te huilen!”....
„Nou huil dan,” lachte Oliveira weer goedig: „huil dan! Wat kun j’r an doen?”
„Ach ja,” zuchtte Piet, onwillekeurig vervallend in den toon van komiek, dien elkeen graag hoorde, omdat hij de dingen zoo dróóg zeggen kon: „ .... als ’k maar huilen kon!.... Me heel e leven heb ’k nog niet anders gehuild dan op ’t tooneel.” „Nou da’s me ook een smoes,” zei Bombag: „jij heb net zoo goed gehuild in je leven als ieder ander.”
„Op me woord niet,” beweerde Piet met vuur: „ik huil nooit.... ’k Kan me den tijd niet herinren
Schetsen Falkland. III. n