Luistert nu eens.
Mijn staat, zegge standaard, van leven, ligt als een blank griespuddinkje in zorg van véél waterige aalbessensaus. De vergelijking is niet mooi, heeft ook weinig pretentie. Wanneer ’k zéér theoretisch reken, kan ik een maandelijksche begrooting maken die me eenige wijsgeerige satisfactie geeft. Een koe is een sympathiek beest, ook een varken. Als een koe geen magere lapjes had van vijf-en-veertig cent het pond en varkenskarbonaadjes niet te verkrijgen voor veertig, zou vleesch gehéel luxe-arti-kel zijn. Een koe is dus sympathiek en zwakkelijk democratisch (vergelijk dem-os), wat ik herhaaldelijk tot leering van Lou zeide, die nog in ’t geheel niet de kunst van koopjes verstaat en zich verbeeldt, dat een koe uit louter biefstuk, vette rib enkalfs-vleesch is saamgesteld. Ik weet beter.
Mijn staat van leven is ongeveer zoo:
Slagersrekening per maand f . . . .
Kruideniersrekening „ „ „ . ...
Groenterekening „ „ „ . .. .
Bakkersrekening „ „ „ . . ..
Boter en melk „ „ „ .. . .
Schetsen Falkland. III. 145 10