Dit word een liefdesgeschiedenis.
Ik schrijf het al op den éérsten regel om ouders en voogden te waarschuwen. „Liefdesgeschiedenissen” moeten niet worden gebracht onder de oogen van kinderen. Ik ben dit gehéél eens met alle fatsoenlijke lieden.
Dat de rust in deze stille woning zou worden verstoord door een amouretje, had ik verleden week nog niet gedacht. Maar het is gebeurd en ik zal het neerschrijven. Vóóraf een kleine uitlegging. Ik woon beneden, twee kamers en suite, een vierkant tuintje en een kelder. „Eén hoog” woont een burgerjuffrouw met roode koonen, roode lippen, grijze oogen, uiterlijk veel welgedaanheid, die kamers verhuurt. De juffrouw heeft een zoontje met roode koonen, roode lippen, grijze oogen, een dik bol ventje. De voorkamer is verhuurd aan een oude dame, even geheimzinnig als Marlitt’s Alt e MamseL De achterkamer wordt bewoond door een smid, die altijd vuil, roestig en met gepotloode handen is. Naar den bouw van het huis te oordeelen heeft „één hoog” ook twee kamers en een extra-zijkamer. Dat is dus „één hoog”. Ik weet zoo wat alles van